Paviljoen voor verbeelding & verbinding

Het Luchthuis

Kom langs om het thee- en meditatiepaviljoen in alle rust te ervaren

Adres: De 1800 Roeden
Joris van den Berghweg 101, 1067 HP Amsterdam.

Het terrein in Amsterdam-west is dagelijks tot ± 7 uur uur ’s avonds open. Je kunt spontaan langskomen, of in overleg met Mark (mail). 

16 september 2017

Luchthuis geopend!

Op 16 september is het Amsterdams Luchthuis geopend met een expositie over het maakproces en twee performances, van danser Fernando Oliveira en singer-songwriter Lin Schalken. De opening was onderdeel van de feestdag ‘Twintig jaar broedplaats De 1800 Roeden’. Het werd een bijzondere bekroning van een tweejarig proces.

Bekijk de korte film over de opening van het Luchthuis, door Ron Mesland

Lees het achtergrondartikel van het Boeddhistisch Dagblad.

Marjon Hoogervorst maakte deze fotoreportage over de opening (aangevuld door Philippe McIntyre):

Over het project

Het Amsterdams Luchthuis ontstond vanuit een tweeledig verlangen: dat van de stedeling en de monnik.

Lees over de ideeën erachter

‘Hij overgiet zijn lichaam met uit afzondering geboren vreugde’. Zo typeerde de Boeddha het mediteren van inzichtzoekers als hijzelf. Vóór de institutionalisering als religie (met klooster­ordes en opeenvolgingen van ‘bevoegde’ leraren) waren Boeddha’s volgelingen bosyogi die in het woud de eenzaamheid opzochten en – zeker in het regenseizoen – elkaar.

Maar gelukszoekers vind je natuurlijk bij uitstek ook in de stad. ‘Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen’ luidt het citaat van Jacob Israël de Haan dat sinds 1987 gebeiteld staat in het roze marmer van het homomonument, vijf jaar voor ik naar onze gay capital vertrok. Dat was na mijn opleiding als grafisch ontwerper en een studie aan de design academy Eindhoven. Ik bouwde met Albert Hennipman een grafische ontwerp­praktijk op. De laatste tien jaar heb ik als beeldend kunstenaar een aantal ruimtelijke installaties gerealiseerd. Met het Luchthuis-project betrad ik een voor mij nieuw en spannend terrein: dat van de architectuur.

Gelukkig kreeg ik advies en kritiek van vele kanten. Visuele en inhoudelijke ijkpunten vond ik bij een aantal hedendaagse ontwerpers-­architecten-kunstenaars die installaties en bouwwerken in hout maken, of performances en land art creëren. Ik onderzocht de traditie en intentie van het Japanse theehuis (‘Being in the mountain while being in the city’ – Terunobu Fujimori) en dwarsverbanden met de Westerse vroeg-modernistische architectuur. Zoals bekend waren haar idealen van licht, lucht en ruimte zowel fysiek als geestelijk van aard. Tot slot speelt op de achtergrond wellicht mijn jeugd in de Noordoostpolder nog een rol.

Terwijl we onze omgeving scheppen, scheppen we onszelf. Dat is een belangrijk uitgangspunt voor mij als ontwerper en als kunstenaar. Daarbij mogen we het begrip ‘omgeving’ ruim nemen: digitaal, sociaal, enzovoort. Maar soms dus ook letterlijk. Welnu, die sterke aandrang voelde ik twee jaar geleden: om een concrete architec­tonische ruimte te bouwen. Ik wilde die plek eerst voor mezelf, later ook voor anderen en vervolgens voor de stad. Een plek waar het spirituele en het sociale samenkomen, waar het verticale en het horizontale elkaar ontmoeten.

De aanleiding was toevallig: het Ifac  (Inter­national Festival of Art and Construction) in Ecodorp Bergen, waar ik augustus 2015 met mijn man langsfietste. Spontaan besloot ik mee te gaan doen. Daarna begon een proces van ideeën en schetsen­ dat nu na twee jaar vrucht draagt.

Hout is mijn favoriete materiaal: van vel papier tot boek tot boekenkast, van vloer tot bed, van stoel tot tafel, en daarop: snijplank, eetstokjes, enzovoort. Intiem en hanteerbaar maar ook eigen­gereid. Na een jaar lezen, schetsen en discussiëren werd de ontmoeting met meubelmaker Rien de Vos en Stadshout Amsterdam doorslaggevend voor het verdere proces: een organische wijze van slow design. Door haar natuurlijke kwaliteiten (de expressieve bast maar ook de lange droogtijd) werd het cipressenhout medebepalend voor het resultaat. Daarnaast was de combinatie van verschillende ambachtslieden en materialen van grote invloed: hout, staal, beton, canvas.

In zijn boek over compassie vertelt de Tibetaans Boeddhist Thupten Jinpa over de open berg­hutten uit zijn jeugd, waarin zijn geest ruimer voelde. Plekken om tot jezelf te komen en de wereld in ogenschouw te nemen. Ze heten Hava Khana, letterlijk: huis van lucht. Dichterbij bestaat er overigens het eeuwenoude Zaans Luchthuis, en is het Rietveld-Schröderhuis wellicht ook een Luchthuis? Misschien hebben we een nog weinig ontgonnen architectonisch type te pakken.

Japanse theehuizen hebben karakters en ­individuele namen en in dit geval werd de naam het Amsterdams Luchthuis. Amsterdams is de stadslucht die vrij maakt, maar evenzeer Amsterdams is de overspannen woningmarkt waarin het kapitalisme leidend is, en een huuretage het maximaal haalbare voor een ­‘creatieve ondernemer’ van mijn slag. Reden om te dromen over een plek in de stadsnatuur.

Amsterdams is naast het hout ook de locatie: De 1800 Roeden, de oudste broedplaats van Amsterdam, een hub van creatievelingen in de westelijke stadsnatuur. Een semi-openbaar terrein waar sinds 2013 mijn atelier ligt.

Het eerste fysieke resultaat is er. Het Luchthuis is inmiddels niet meer exclusief van mij. Ik ben zeer benieuwd hoe het idee verder groeit en of het paviljoen de opzet waarmaakt: een plek te zijn waarin een bepaald type ervaringen floreert, gebaseerd op verbinding en verbeelding.

MS

‘Our discussion is over, let’s have a cup of tea.’
Shunryu Suzuki – ‘Zen mind, beginner’s mind’

 

Het Luchthuis is opgezet als meditatieplek en kan daarnaast dienen als podium of besloten ontmoetingsplaats (theehuis, brainstorm-locatie, enzovoort). Het is geschikt voor één persoon met maximaal twee gasten.

Lees over het uiteindelijke ontwerp

Het huis is gebouwd van drie moeras­cipressen (Taxodium distichum). Hout van deze soort heeft ­weinig last van ziektes en is geschikt voor ons buitenklimaat. Het is licht en zacht (maar dus ook kwetsbaar). De bomen zijn lokaal gekapt, en gezaagd bij Stadshout Amsterdam. Het hout is groten­deels ruw (ongeschaafd) verwerkt.

Omwille van de droogtijd (driekwart jaar) zijn de bomen halverwege het ontwerpproces verzaagd tot planken van 35 mm dik, met een breedte tussen de 25 en 40 cm en een lente van 220 tot 250 cm. De plankdikte van ± 33 mm (na droging) vormde het uitgangspunt voor de verdere maatvoering en was medebepalend voor het ontwerp.

De vloer staat centraal in het ontwerp. Om een concentratieplek te creëren, is de vloer rond. Optisch zweeft hij. De doorsnee van 210 cm is royaal voor één persoon, geschikt voor twee personen en net aan voor drie. Primair bedoeld om in te zitten, is de stahoogte tot de nok (190 cm) voldoende voor de meeste mensen om het huis te betreden en om zich heen te kijken. Als hart van het interieur is de vloer geschaafd en geolied. Twee mensen kunnen er op ­slapen. De vloerhoogte van 78 cm maakt hem ook geschikt als zespersoons tafel. Wanneer de vloer lang niet wordt gebruikt, kunnen de twee helften worden opgeklapt om ze tegen regen te beschermen.

Het Luchthuis kent vier vormvarianten.
• In de minimale variant is de houten constructie om de vloer heen geheel open.
• De combinatie met één tot zes wanddelen maakt van de vloer een ronde binnenruimte.
• De toevoeging van een overhuivend canvas dak creëert een maximaal beschut interieur.
• Daarnaast kan het dak ook zonder wanden de open constructie overhuiven.
De nuloptie is de opgeklapte vloer: dan is het huis praktisch en symbolisch gesloten.

De vloer ligt los op een onderconstructie. Drie hoofdvloerbalken kruisen elkaar in het centrum (met staal versterkt). Ze zijn aan de buitenzijde onderling verbonden met nogmaals drie balken. De onderconstructie vormt dus een driehoek, waarbij de drie ‘punten’ uitsteken en met stalen strips gekoppeld worden aan de staanders.

De drie staanders krijgen hun stevigheid door dubbele planken te gebruiken (waar je tussendoor kunt kijken). Deze planken hebben hun golvende buitenkant behouden. De ruimte tussen twee staanderplanken is open: een smalle raamstrook. Vanuit het midden van de vloer kun je precies door deze drie ‘ramen’ kijken, ook als de volledige cirkel van wanddelen is aangebracht.

De wanddelen creëren beslotenheid – een ­interieur. Als je zit (en mede door de verhoogde vloer) is 130 cm hoog genoeg om uit- en inkijk te voorkomen. Voor de wanden zijn uit de planken honderden slanke latten van 11 mm gezaagd. Ze zijn doorregen met staaldraad tot een breedte van ± een meter. Deze soepele wanddelen laten zich om de ronde vloer spannen en haken aan op de staanders. Door de zes wanddelen kun je spelen met openheid versus intimiteit.

Een deuropening maak je door twee latten­wanden naar buiten op te rollen.

De nok bestaat uit drie schuin opwaarts naar het centrum lopende balken. Eén is oversized uitgevoerd en fungeert constructief en visueel als hoofdbalk. Deze balk golft aan de benedenzijde en weerspiegelt daarmee als het ware de ruggen­graat van degene die in het huis zit.

Het canvas dak – tegen regen en felle zon – is optioneel. Het is zeshoekig, laat zich vouwen over de hoofdnokbalk en loopt dan zijwaarts schuin naar beneden totaan de eindes van de andere nokbalken. Daar houdt een verend ­metalen element het doek op spanning.

De fundering positioneert het huis, egaliseert de grond en beschermt de houten staanders tegen vocht. Hij bestaat uit drie afgietsels in beton van een van de gebruikte boomstronken.

Het huis is allereerst bedacht vanuit hout. De ­stalen verbindings­elementen maken het huis demonteerbaar en potentieel nomadisch. Die nomadische opzet was zowel noodzaak (de kunstenaar heeft een huuretage in de stad en geen grond) als programma: het idee van het Luchthuis kan zich ontwikkelen door het bouwwerk te laten zwerven langs stadsnatuur, waterranden, festivals, etc.

Het opbouwen of afbreken kan door twee personen in enkele uren gebeuren. Het huis wordt vervoerd in een doorsnee bus. Eén persoon kan alle flexibele elementen (wand, vloer, dak) later aanpassen. Zes mensen kunnen het huis optillen en al lopend verplaatsen. Door alle drie de hoekpunten kan een stalen staaf gestoken worden. Daarmee kan het huis worden opgetild. Na plaatsing worden diezelfde staven tussen de staanderplanken de grond in geslagen (door de betonnen voeten heen). Zo verankeren ze het huis.

Het restmateriaal na het zagen omvatte onder andere drie stamvoeten. Een exemplaar van 50 cm hoog vormt de opstap tot de vloer. De twee anderen zijn in plakken van 9 cm gezaagd en verwerkt tot meditatiebankjes, pootloze stoelen, een dienblad en een plek om je schoenen neer te zetten. De drie boomstammen zijn hiermee nagenoeg geheel gebruikt. Van de laatste resten en het zaagafval wordt bij de opening een vreugde­vuur gemaakt.

Het vormkarakter maakt het huis zowel aards als naar de hemel gericht. Het huis heeft een voor- en achterzijde maar is alzijdig interessant. De symmetrische opbouw wordt dynamisch door te spelen met de wandelementen. De ronde vorm en het trapezium­vormige silhouet, met de grillige bastzijdes, suggereert de voet van een woudreus. Zoals de Bodhiboom waaronder de Boeddha naar ­verluid verlicht raakte, toen hij terugdacht aan het ­onbekommerde spel uit zijn jeugd.

MS

Beeldverslag op groot formaat

De Luchtkrant

In de weken voorafgaand aan de opening maakten we de Luchtkrant: met ontwerpschetsen, een fotoreportage van Philippe McIntyre en houtskooltekeningen van Timon Vader. Als papieren krant op A3-formaat komt het Luchthuis echt tot zijn recht.

Koop de krant in onze winkel. De beeldserie geeft je alvast een impressie:

Zomer 2017

Het Luchthuis nadert voltooiing

Het Amsterdams Luchthuis is een thee- en meditatiepaviljoen voor De 1800 Roeden, de oudste broedplaats van Amsterdam. Zomer 2017 zijn we intensief bezig met het bouwen vanuit de drie gezaagde lokale moerascipressen van Stadshout Amsterdam. Meubelmaker Rien de Vos, metaalbewerker Gien Benne, mallenmaker Lotte Nijhof, beeldhouwer Arnold Tebra en vele anderen werken mee. In dialoog met het grillige hout wordt het ontwerp fijngeslepen. Zo ontstaat het gedroomde, intieme gebouw – een ontmoetingsplaats van hemel en aarde.

Fotograaf Philippe Veléz McIntyre volgt het bouwproces op de voet:

Sinds 2015 werkt Mark gestaag aan de realisatie van het luchthuis: een architectonische ruimte voor intensivering van de zintuigen. Een mobiele plek, om je in terug te trekken en om anderen welkom te heten. Hieronder volg je de voorbereidende fasen voorafgaand aan het bouwen.

Februari 2017

We maken een model, 1:3

In januari is de vochtigheidsgraad van de planken nog steeds boven de veertig procent. Rien en ik besluiten een model te bouwen. Schaal 1 op 3 is geschikt om alle constructieve en esthetische kwesties hands-on te onderzoeken en blijft hanteerbaar in Rien’s werkplaats. Kunnen we werken met houtconstructies en metaal zo veel mogelijk vermijden?

De wens om het huis demontabel te maken, stelt Rien voor grote uitdagingen. Alles moet stevig vastzitten maar ook weer los kunnen. Ons maakproces leidt tot nieuwe vergezichten. Als de twee vloerhelften opgeklapt kunnen worden, geeft dat een prachtig theatraal beeld. En stel je voor: een huis dat geopend of gesloten wordt, niet via deuren maar via de vloer. Bovendien beschermt het opklappen de vloerdelen tegen regen. Maar hoe is dit praktisch te realiseren?

 

img_8363 img_8367 img_8376 img_8379

Oktober 2016

De moerascipressen worden gezaagd

Bij Stadshout Amsterdam zagen meubelmaker Rien en ik drie moerascipressen voor ons eerste Luchthuis. Na enkele maanden drogen onder een afdak moet de vochtigheid van de planken onder de twintig procent zijn gedaald en kunnen we gaan bouwen…

Zomer 2016: meubelmaker Rien de Vos suggereert lokaal hout

Het luchthuis wordt Amsterdams

Ik spreek met Rien de Vos, een meubelmaker met gevoel en ervaring. Al snel suggereert hij om het luchthuis te maken met amsterdams stadshout. Op de zagerij in het Amstelpark worden gekapte Amsterdamse bomen op bijzondere wijze hergebruikt. Het vergt wel geduld. Allereerst moeten er geschikte bomen zijn voor mijn buitenproject. Na enkele maanden zijn er drie moerascipressen – een duurzame soort – om te verzagen. Gaan we de ruwe bast verwerken in het ontwerp? Denken vanuit de boom zet het bestaande ontwerp direct op losse schroeven.

Zomer 2016: tijd voor conceptuele keuzes

Wat wil het Luchthuis?

Ik bediscussieer mijn vormideeën met diverse mensen, zoals de architecten Mikel van Gelderen en Jan van Muiden. Ik besef dat ik met mijn eerste luchthuis te veel wil (een mediatiehuis, expositiehuis, uitbreidbaar huis, etc). Het is tijd om keuzes te maken in vorm en functie.

Het ontwerp wordt eenvoudiger en de vormen krachtiger. Ontwerpen met de zwaartekracht en de elementen is nieuw voor mij (als grafisch ontwerper) – maar juist in het spelen daarmee schuilen de interessantste oplossingen. Daarnaast vraagt het beoogde materiaal – hout – dat ik er fysiek mee aan de slag ga. Expert gezocht!.

 

luchthuis-_mg_3584

 

Lees de eerste projectomschrijving (zomer 2016)

Het luchthuis is schuilhut, uitkijkpost en ontvangstruimte ineen. De basis van het ontwerp is een verhoogde, zwevende houten vloer (een zeshoek van zo’n 2,5 meter doorsnee) en een golvend, opengewerkt dak. De houten paalconstructie met haar open wanden leent zich voor transformatie in vorm en gebruik. Afhankelijk van de gewenste mate van fysieke en psychologische openheid of bescherming, kan het luchthuis meerdere gedaantes aannemen.

Inspiratiebronnen tijdens de ontwikkeling zijn o.a. de tradities van het Japanse theehuis en die van het vroege modernisme. In het bijzonder het Rietveld-Schröderhuis, waar de samenhang en dynamische overgang tussen binnen en buiten centraal staat. Deze realisatie van het ‘licht, lucht & ruimte’-ideaal uit het interbellum, is enerzijds makers-gebonden (opdrachtgever Truus en meubelmaker-minnaar Gerrit) maar verlangt ook naar maatschappelijke implicaties. Het huis richt zich op de creatie van moderne en vrije mensen, vanuit een materiaalgebruik en productiewijze die basaal en systematisch is, en daarmee democratisch en klassenoverstijgend wil zijn.

Ook inspireerden de oosterse spirituele bouwtradities. Zoals die van het Japanse theehuis: een intieme plek voor geïntensiveerd ritueel gebruik. Veelal bedacht en uitgevoerd door de theemeester zelf, erop gericht om de zinnen van zijn gasten op scherp te zetten. Daarnaast bestaan in Tibet de open berghutten, de Hava Khana – letterlijk: huis van lucht. Thupten Jinpa (vertaler van de Dalai Lama) herinnert zich uit zijn jeugd hoe het weidse uitzicht zijn rusteloze of beklemde geest kon transformeren, door een lijfelijk gevoel van kalmte en ruimtelijkheid op te roepen.

Het luchthuis is een persoonlijk en fysiek antwoord op elkaar complementerende menselijke basisbehoeftes. Zoals bescherming versus avontuur – het introverte en het extraverte. Ter wille van inkeer en privacy wil het huis een schuithut of refugio vormen. Uitnodigend om te mediteren (mediteren in de woorden van de Boeddha: ‘Hij overgiet zichzelf met uit afzondering geboren geluk’).  Met zijn zwevende vloer en open dak is dit bouwwerk vertikaal gericht, op de verbinding van hemel en aarde. Op het uitwaaien en indalen van ideeën en mogelijkheden, op sterven en geboren worden.

Maar als sociale ontvangstruimte is het ook een horizontaal, naar buiten gericht bouwwerk. De drie ruiten waaruit de vloer is opgebouwd, suggeren ruimte voor één, twee of drie mensen. Oftewel, volgens Henry James Thoreau: voor eenzaamheid, vriendschap en gezelschap. Om te praten of te sparren, te eten of thee te drinken, te slapen of vrijen.

De vloer bevindt zich op tafelhoogte. Het is dus een podium en wie het betreedt, speelt een rol of geeft zich bloot. Aangevuld met foto’s of andere beelden en ingezet als tentoonstellingsruimte (al dan niet geplaatst binnen een hal, galerie of andere ruimte) paart het bouwwerk een een intieme binnenkant aan een expressieve (monumentale) buitenzijde.

Vertraging en dynamiek vormen twee andere perspectieven. De vloer is van stadshout: een Robinia-boom uit Amsterdam-Zuid (??-2016). Authentiek, geaard… en tegelijk speelt het ontwerp met het systeemdenken: een uitbreidbaar, herhaalbaar en schakelbaar design. Met vrij invulbare muren en een uitbreidbare vloer, is het huis afbreekbaar om elders weer op te bouwen. Maar deze ontwerplogica houdt halt, daar waar het ‘probleemoplossend’ dreigt te worden.

Qua locatie en context nestelt het luchthuis zich in stedelijke en natuurlijke landschappen. (Architect Fujimori over de intentie achter het Japanse theehuis: ‘Being in the mountains while being in the city’ ). Op een festivalterrein (als attractie: ‘meditatie op locatie’) vertegenwoordigt hij het eeuwige; geplaatst in een stadstuin (mag dat van de gemeente?) het tijdelijke en provisorische. Potentiële locaties zijn te vinden op het strand of in kwelders en uiterwaarden, op de daktuin van een advocatenkantoor aan de Zuid-as, bij een asielzoekerscentrum, of op het Amsterdamse Mercatorplein.

De maker, ontwerper-kunstenaar Mark Schalken, woont in Amsterdam en groeide op in de Noordoostpolder. Het luchthuis is een nazaat van de praktische houten bouwketen van waaruit vanaf de jaren veertig de drooggelegde Flevopolders werden ontgonnen, door arbeiders in opdracht van de staat. Opreizend in de uitgestrekte kleivlakte vormden deze eerste bouwsels bescheiden symbolen voor een grootse droom: collectieve maakbaarheid onder krachtig staatsdirigisme. Tegenwoordig is Almere de grootste zelfbouwstad van Nederland. “Bouw je droomhuis in Almere. […] Nergens vind je zo’n groot en divers aanbod met kavels waarop je zelf een huis mag ontwerpen en bouwen.” (www.ikbouwmijnhuisinalmere.nl)

Het luchthuis knipoogt naar het droomhuis, het is een bouwkeet ter ontginning van de geest.

Mei 2016: de naam = het programma

Hava Khana: luchthuis

Tot nu toe noemde ik het bouwwerk ‘theehuis’ of ‘tuinhuis’. Bij toeval lees ik in het boek Compassie voor beginners (‘A Fearless Heart’) van Thupten Jinpa over de Hava Khana: “In Shimla, in Noord India waar ik opgroeide, stond hier en daar op uitkijkplaatsen langs de weg een overdekte schuilhut genaamd hava khana (wat letterlijk ‘huis van lucht’ betekent)”.

Dit omschrijft wat ik beoog: een klein houten bouwwerk om tot jezelf te komen en de buitenwereld in ogenschouw te nemen (a wooden room to retreat and meditate or to invite one or two friends. Most of all it is about creating the fysical conditions for mental space).

Het spectaculaire uitzicht op de Tibetaanse bergen ontbreekt in Nederland, maar ik ben ervan overtuigd dat de symbolische en praktische werking een paradoxaal geheel kunnen vormen. In de woorden van architect Terunobu Fujimori beogen Japanse theehuizen: ‘A sense of being in the mountains while being in the city’.

In Zaandam blijkt overigens een Nederlandse pendant te staan: een Zaans luchthuis. Een Amsterdams Luchthuis, dat is dus wat het gaat worden. Een plek die lucht geeft. Dat is de pretentie die ik architectonisch wil realiseren – mijn programma van eisen.

 

Najaar 2015 - voorjaar 2016: beeldresearch

De visuele bronnen van het Luchthuis

Het idee van een tuin- of theehuis leidt tot een selectieve reis door de architectuurgeschiedenis. Bronnen vind ik in Oosterse tradities zoals de Japanse theehuiscultuur, het modernisme van De Stijl en een handvol hedendaagse architecten-ontwerpers. Maar ook de houten verplaatsbare schaftketen uit de tijd dat de Noordoostpolder werd ontgonnen.

Augustus 2015: een vonk spingt over 

International Festival of Art and Construction

Terug van een dagje strand fiets ik langs het terrein van Ecodorp Bergen aan Zee, een voormalig militair vliegveld. Toeval: daar vindt het Ifac plaats. Het vierde International Festival of Arts and Construction. Een week lang zijn ruim tweehonderd jonge architecten en ontwerpers energiek aan de slag met het thema ‘lokaal, zelfvoorzienend en duurzaam’. Ik sluit me voor enkele dagen bij de workshops aan en een vonk springt over. Wat is er mooier dan samen met anderen je eigen leefomgeving creëren?